Arnoud Oostveen - Contact

De berekeningsmethodiek van de partneralimentatie is vastgelegd in het rapport alimentatienormen, dat jaarlijks door de Expertgroep Alimentatienormen wordt gepubliceerd.

Het doel van de Expertgroep Alimentatienormen is het leveren van een bijdrage aan de voorspelbaarheid en rechtszekerheid van de rechtspraak in alimentatiezaken. Dit betekent niet dat de alimentatienormen wet zijn. Het is een leidraad en de rechter kan in juridische procedures afwijken van de alimentatienormen.

Wettelijke grondslag

De wettelijke grondslag voor een recht op partneralimentatie is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, artikelen 1:81 BW en 1:157 BW.

De kern van deze artikelen is dat echtgenoten (en geregistreerd partners) ook na het huwelijk “elkaar het nodige moeten verschaffen” en dat “de echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft (of kan verwerven)” een beroep kan doen op de andere echtgenoot. Voor samenwoners gelden deze wettelijke bepalingen niet, tenzij de samenwoners dit hebben vastgelegd in hun samenlevingscontract.

Alimentatietermijn

Als de rechter geen termijn heeft gesteld voor de partneralimentatie, eindigt de alimentatietermijn van rechtswege na twaalf jaren. Voor kortlopende, kinderloze huwelijken, geldt voor huwelijken korter dan 5 jaar dat de alimentatietermijn beperkt wordt tot de duur van het huwelijk. Van belang is te weten dat in de wet staat dat de duur van de partneralimentatie maximaal 12 jaar bedraagt. Dus niet wat veel mensen denken: 12 jaar is.

Recente rechtspraak laat (wellicht vooruitlopend op nieuwe wetgeving) zien, dat in veel gevallen partneralimentatie wordt toegekend die beperkt is in hoogte en duur. Dat komt, omdat de rechter in ieder zaak afweegt wat de omstandigheden en de vooruitzichten zijn van de alimentatie verzoekende echtgenoot. Te denken is daarbij dat een goed opgeleide echtgenoot van 35 jaar die enkele jaren geleden parttime is gaan werken, meer kans en mogelijkheden heeft om geheel in eigen levensonderhoud te kunnen (gaan) voorzien dan een echtgenoot van 58 jaar die 40 jaar niet heeft gewerkt.

Einde partneralimentatie

Als een alimentatiegerechtigde hertrouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, geldt artikel 1:160 BW: de alimentatie eindigt definitief met ingang van de datum van hertrouwen, respectievelijk het laten registreren van het partnerschap.

In de praktijk komt het wel voor dat partners een “proefperiode” van samenwonen afspreken waarin de alimentatieverplichting wordt opgeschort, bijvoorbeeld voor 3, 6 of 9 maanden. Eindigt de samenleving binnen de proefperiode, dan herleeft de alimentatieverplichting. Als de samenleving na de proefperiode wordt voortgezet, dan eindigt de verplichting om alimentatie te betalen alsnog definitief. Wel zal de alimentatiegerechtigde voordat hij of zij gaat samenwonen, dit moeten melden aan de alimentatieplichtige. Dit kan gedoe voorkomen over of iemand nu wel of niet samenwoont.

Hiërarchie kinder- en partneralimentatie

Partneralimentatie is pas aan de orde als in de behoefte van de kinderen is voorzien. Ofwel: kinderalimentatie gaat voor op partneralimentatie. Als vuistregel kan worden gehanteerd, dat voor alimentatieplichtigen met een inkomen tot circa € 36.000,– bruto per jaar er na de bijdrage in de kosten van de kinderen (kinderalimentatie) niet of nauwelijks ruimte is voor het betalen van partneralimentatie.

Alimentatienormen

Bij partneralimentatie spelen twee factoren een rol: de behoefte van degene met het laagste inkomen aan de ene kant en de draagkracht van degene met het hoogste inkomen aan de andere kant. In de alimentatienormen is opgenomen hoe de partneralimentatie dient te worden berekend. In hoofdlijnen werkt het als volgt.

Allereerst wordt net zoals bij kinderalimentatie het netto gezinsinkomen berekend. Van dat inkomen worden de kosten van de kinderen afgehaald. Wat dan overblijft is het bedrag waarvan beide echtgenoten zelf van hebben geleefd.

Bij zelfstandig ondernemers is de bepaling van het netto inkomen tijdens het huwelijk lastiger dan bij mensen die in loondienst zijn. De oorsprong daarvan is in wezen, dat de ondernemer zelf in staat is om zijn (te onttrekken) inkomen te bepalen en een dergelijk inkomen ook vaak wisselend van hoogte is.

Door rechtspraak is een vuistregel ontstaan “de hofregel” die bepaalt dat beide echtgenoten na echtscheiding een behoefte hebben van 60% van het bedrag waar zij tijdens het huwelijk hebben geleefd. In procedures kan dit anders werken, omdat de verzoekende echtgenoot dan met een behoeftelijstje de persoonlijke behoefte kan aantonen. Dan wordt gekeken wat de verzoekende partner zelf kan verdienen of kan gaan verdienen. Dat wordt afgetrokken van de behoefte.

Nadat de behoefte voor een aanvullende partneralimentatie is vastgesteld, wordt gekeken naar de draagkracht van de alimentatieplichtige. De alimentatieplichtige kan volgens de alimentatienormen zijn werkelijke kosten voor wonen, ziektekosten, schulden en dergelijke opvoeren ten laste van zijn draagkracht. Als er dan draagkracht is, dan wordt deze eerst aangewend voor het betalen van de bijdrage in de kosten van de kinderen en als er dan nog draagkracht overblijft is die draagkracht beschikbaar voor het betalen van partneralimentatie.

Het hiervoor geschrevene is een sterk vereenvoudigde weergave van de berekening van de partneralimentatie. Als er zoals hiervoor geschreven sprake is van een onderneming en/of onregelmatige inkomsten, dan wordt de bepaling van de partneralimentatie veel lastiger en dient dit door een specialist te worden geanalyseerd en berekend. Ik kan je daarbij helpen.

Wijzigingen van omstandigheden

Als er in de toekomst wezenlijke wijzigingen ontstaan in de persoonlijke en/of de financiële omstandigheden van (één van) de partners, kan er aanleiding zijn om de alimentatie te herzien. Dat kan in overleg of als dat niet lukt, dan kan een partner aan de rechter vragen daarover een besluit te nemen. Je kunt denken aan onder andere de volgende wijzigingen van omstandigheden:

  1. Het inkomen is gewijzigd;
  2. Een verandering in de woonsituatie;
  3. Wijzigingen in de persoonlijke situatie (nieuwe partner of gezin);
  4. Het wegvallen van de kosten voor de kinderen vanaf het moment dat die in eigen levensonderhoud kan voorzien;
  5. De geboorte van een kind uit de nieuwe relatie.

Overigens zal het geheel vrijwillig prijsgeven van inkomen niet leiden tot een aanpassing van de partneralimentatie. Dus opmerkingen zoals: “als ik moet gaan betalen, dan stop ik gewoon met werken” zorgen niet voor een verlaging van de partneralimentatieverplichting.

Download gratis mijn e-book "All about Money"

Hét complete handboek voor mensen die gaan scheiden.

Vul uw naam en e-mailadres in en ontvang het e-book per e-mail.