Categorie: Geen categorie

  • Corona: RIVM Rapport van 14 juni 2020

    Corona: RIVM Rapport van 14 juni 2020

     

    Het RIVM publiceerde op 14 juni 2020 haar meest recente rapport omtrent Covid-19. Als cijferliefhebber ben ik er eens ingedoken.

    Zie pagina 7 van het rapport:

    5.707 / 6.059 = 94,2% van de overledenen is 65+

    5.376 / 6.059 = 88,7% van de overledenen is 70+

    4.751 / 6.059 = 78,4% van de overledenen is 75+

    3.752 / 6.059 = 61,9% van de overledenen is 80+

    Laat het eens op u inwerken. Van alle actieve mensen (tot 65 jaar) in Nederland zijn er slechts 352 mensen getroffen door Covid-19 met dodelijke afloop.

    Op pagina 10 van het rapport staat dat in 10,2% van die gevallen géén sprake is van onderliggende aandoeningen.

    Ofwel van alle gezonde en actieve mensen in Nederland zijn er slechts 36 mensen overleden door Covid-19.

    Voor deze groep gezonde, actieve mensen is de kans op het winnen van een prijs in de staatsloterij, of het overlijden door een verkeers- of huishoudelijk ongeval groter, dan de kans dat je dodelijk zou worden getroffen door Covid-19.

    De oversterfte 2020 is lager dan in het jaar 2017/2018. De collateral damage van de corona maatregelen zoals door het niet (kunnen) uitvoeren van reguliere zorg voor 350.000 patiënten is nog onbekend. De GGZ kent thans wachtlijsten van 18-20 maanden. De rechtbanken zitten verstopt; de rechtzoekende loopt vast; de rechtstaat loopt vast. Heel veel ondernemers staan op het randje van de afgrond of liggen er al in. Gezinnen en het sociale leven zijn ontwricht. De oudjes vereenzamen en sterven geestelijk af. Het land piept en kraakt. Terwijl we nog steeds niet goed weten hoe het virus wordt verspreid.

    Waarom 1,5 meter afstand? Waarom al die regels die eigenlijk niet te doen zijn. Er is geen bewijs en geen onderzoek. Er zijn aannames, gedachten, meningen en talrijke deskundigen die elkaar tegenspreken. Meer niet. Het enige wat duidelijk is dat 36 gezonde en actieve mensen dodelijk zijn getroffen. ZES EN DERTIG. Voor het overige, hoe droevig dat ook is, zijn de overledenen zieke en/of oude mensen. Mensen die net als ik bij hun geboorte hun doodsvonnis hebben kregen. Het leven is eindig en we zijn niet meer gewend om te accepteren dat we doodgaan. En om dood te gaan is er een oorzaak nodig. Niet zelden is dat een infectie. That’s the circle of life.

    De economische schade door alle corona maatregelen wordt geraamd op tenminste € 200 miljard. Dat betekent dat er gemiddeld per werkende Nederlander (CBS: 9,1 mio mensen) dus € 22.000,– extra moet worden terugverdiend, dus naast de reguliere afdrachten aan de staat. Per inwoner van Nederland is dat € 11.500,– Dus een gezin met 2 kinderen moet € 46.000,– aflossen op deze schuld.

    Ik weet genoeg, ik ga maar snel aan het werk. Met ons gezin moeten we nog een corona-schuldje wegwerken van circa € 50.000,–.

  • Meer scheidingen door crisistijd? Ik waag het te betwijfelen

    Meer scheidingen door crisistijd? Ik waag het te betwijfelen

    Bent u al een beetje gewend aan het raken aan het thuis werken en leren? Na de eerste berichten en het instellen van de ‘intelligente lockdown’ hadden wij hier thuis vrij snel onze draai gevonden. Gelukkig heb ik kinderen met wie je een goed gesprek kunt hebben, die zelf ook wel de ernst van de situatie inzien. Maar ik geef het ze te doen, pubers die de wereld aan het verkennen zijn nu moeten ‘ophokken’. Het missen van fysieke lessen valt hen ook zwaar. Even een vraag tussendoor stellen is lastig en alles vanuit een boek leren ook. Ik kan me zo voorstellen dat in menig gezin de sfeer varieert van gezellig met elkaar gamen tot knallende ruzie over futiliteiten. In de ogen van de ouders dan, want het puberbrein is soms ondoorgrondelijk…

    Bij het ‘zorrelen’ (borrelen via Zoom) met vrienden, komen verhalen over de thuis situatie regelmatig aan de orde. Hier en daar wat gemopper over de kinderen en over de partner die gelukkig af en toe boodschappen moet doen zodat die even weg is. Al dan niet met een dikke knipoog, er wordt gelukkig veel gerelativeerd. Mijn indruk is dat iedereen ontzettend zijn best doet om het nieuwe evenwicht te vinden en het zo goed en zo kwaad als het gaat aangenaam te houden voor het hele gezin.

    Daarom ergerde ik mij zo aan het artikel in het AD van 15 april. Met grote chocoladeletters stond er ‘Advocaten: eenderde meer echtscheidingen door coronacrisis’ Volgens de vFas, de vereniging van familierechtadvocaten, komt er een vloedgolf van scheidingen aan en kan het wel anderhalf jaar gaan duren eer echtscheidingen bij de rechtbank afgewikkeld worden.

    Ik heb geen idee waar ze deze voorspellingen op baseren: waarom zouden er 10.000 méér echtscheidingen gaan plaatsvinden? Door het feit dat mensen nu meer op elkaar aangewezen zijn? Dat ze elkaar de tent uitvechten? Naar mijn inzichten kan het samen thuis zijn ook veel meer verbinding geven. Misschien vind je elkaar juist weer, nadat je jarenlang langs elkaar heen hebt geleefd.

    Als je de cijfers van het CBS erbij pakt, dan zie je dat sinds 2000 het aantal echtscheidingen per jaar tussen de 30.000 en 35.000 schommelt. Het loopt weliswaar licht op, maar er zijn geen grote pieken te zien, ook niet na de financiële crisis van 2008.

    Ook over de tijdsduur van het afwikkelen van een scheiding is nu nog niets te zeggen. Mijn ervaring is dat als je samen eruit bent en een goed doordacht convenant hebt afgesproken, het een ‘papieren’ handeling is die geen lange wachttijd kent. Sterker nog, dat loopt nu ook gewoon nog door bij de rechtbanken.

    Eigenlijk vind ik het een non-artikel dat geen enkele toegevoegde waarde heeft in deze tijd. De vFas heeft een manier gevonden om zich in de aandacht te spelen met loze berichtgeving over niets. Je kunt je de leestijd ervan tijd beter besteden aan het inbellen van je vrienden voor een goeie zorrel.

  • Scheiden in tijden van corona

    Scheiden in tijden van corona

    In de media wordt voorspeld dat er na de coronacrisis een babyboom te verwachten is. En ook een toename van het aantal echtscheidingen. Ik heb geen glazen bol, maar zie wel dat het aantal aanvragen op dit moment gedaald is. Mensen geven in eerste instantie andere zaken prioriteit, zoals de kinderen thuis lesgeven. En het nog een beetje gezellig houden.

    Gemeenschappelijk verzoek snel afgehandeld

    Maar als je al met scheidingsplannen rondloopt, hoef je ze niet op een laag pitje te zetten. De berichten dat rechtbanken op dit moment alleen nog maar spoedzaken behandelen, zijn niet helemaal juist. Gemeenschappelijke verzoeken tot echtscheiding worden namelijk schriftelijk ingediend en ook schriftelijk (snel) afgehandeld. Dat gaat dus gewoon door, ook tijdens deze coronacrisis. Als je echter geen gezamenlijk plan maakt, maar wilt procederen, dan is op dit moment geen voorspelling te doen over hoe lang dat kan gaan duren. Een bevriende advocaat schatte in misschien wel meer dan een jaar. Geen prettig vooruitzicht als je wilt scheiden.

    Convenant van belang voor toeslagen

    Zolang je nog geen verzoek tot echtscheiding hebt ingediend, heb je ook nog geen recht op toeslagen, zoals het kindgebonden budget of huurtoeslag. En dit maakt alles uit voor je financiële positie. Leef je al gescheiden en/of wil je op de kortst mogelijke termijn de scheiding afgehandeld hebben, dan is het dus zaak om samen tot een convenant te komen.

    Mediation-apart-together

    Ook als je – op dit moment – niet samen door één deur kan, kun je tot een convenant komen. Als beide partijen vertrouwen in mij hebben als mediator start ik een zogenaamd ‘mediation-apart-together’-traject: ik neem de te behandelen zaken met elk van jullie door en zorg dat er overeenstemming bereikt wordt, punt voor punt. Vanuit mijn jarenlange ervaring met echtscheidingen kan ik ook goede suggesties aandragen die voor beide partijen acceptabel zijn. Dit heb ik al een aantal keren gedaan en het werkt heel goed, een ‘vertaler’ tussen de twee partijen.

    Op locatie, videobellen, digitaal

    Van het eerste gesprek tot het indienen van het scheidingsverzoek bij de rechtbank duurt gemiddeld twee maanden, is mijn ervaring. Dus aarzel niet als je de stap tot scheiden wilt nemen. Bel mij en we spreken af. Dat kan eventueel op locatie, ik heb een groot kantoor beschikbaar waar je tot wel 5 meter uit elkaar kunt zitten. Maar we kunnen ook videobellen. En voor veel zaken tijdens de procedure volstaat de telefoon en de mail. Er is dus geen beletsel om nu alles te regelen. Maar pas toch een beetje op elkaar, ook bij de scheiding.

  • Laat je niet bang maken door bange banken

    Laat je niet bang maken door bange banken

    Onlangs maakte de NHG bekend dat zij de leeneisen bij een scheiding heeft versoepeld. In het kort komt het erop neer dat de NHG geen normale acceptatietoets uitvoert – zoals bij een nieuwe hypotheek –  maar een beheertoets. NHG kijkt of de blijvende partner de hogere lasten kan dragen. Kan dit goed onderbouwd worden, dan mag de bank de aanvullende lening voor het uitkopen van de ex optellen bij de bestaande hypotheek.

    Acceptatieregels te star

    Dit is een beetje oude wijn in nieuwe zakken, want het werd al toegepast. De banken zijn echter nog steeds huiverig. Ze houden star vast aan hun eigen, interne regels die ze opgesteld hebben nadat in 2006 de Wet op het Financieel Toezicht van kracht werd. De ACM (Autoriteit Consument & Markt) houdt de financiële sector nauwlettend in de gaten als het gaat om overkreditering. Er zijn al de nodige boetes uitgedeeld, waardoor banken de eigen acceptatieregels zo star hebben gemaakt dat het steeds meer een kwestie van het afvinken van een digitaal formulier is dan dat er daadwerkelijk naar de inhoud van een aanvraag wordt gekeken. En als er één vinkje ontbreekt, ben je de pineut:  hypotheek afgewezen.

    Klachtenprocedure vaak effectief

    Laat mij één ding vertellen: hier hoef je geen genoegen mee te nemen. Als je een goede onderbouwing en budgetplan kunt laten zien, moet de bank uiteindelijk over de brug komen. Je moet wel stevig in je schoenen staan en een lange(re) adem hebben, want je start een klachtenprocedure die steeds een stap hogerop gaat, tot aan de directie toe. En zelfs als die afwijzend beslist, is er nog Kifid, het financiële klachteninstituut. Het zal niet de eerste keer zijn dat de bank schoorvoetend moet toegeven dat ze fouten hebben gemaakt bij de beoordeling van de aanvraag.

    Goede onderbouwing en volhardenheid worden beloond

    Dit klinkt allemaal heel vervelend, zeker als je midden in een scheiding zit en het samen snel en netjes wilt regelen. Ik ben blij dat ik, door dit proces uit handen te nemen, écht iets kan betekenen voor mijn cliënt(en). Met mijn gedetailleerde financiële planning en waterdichte onderbouwing volgt er doorgaans geen afwijzing. De keren dat die wél kwam, heb ik uiteindelijk de klachtenprocedure gewonnen. Want als ik zeker ben van mijn zaak, ben ik ben niet zo snel bang te krijgen…

  • Drama door “bijwerkingen” van wetswijziging partneralimentatie 2020

    Drama door “bijwerkingen” van wetswijziging partneralimentatie 2020

    Op 21 mei 2019 is het wetsvoorstel herziening partneralimentatie aangenomen door de Eerste Kamer. De nieuwe wet treedt op 1 januari 2020 in werking. In hoofdlijnen betekent dit dat het maximaal aantal jaren waarvoor partneralimentatie geldt, wordt ingekort van 12 jaar naar 5 jaar. Daarnaast geldt dat het tarief inkomstenbelasting waartegen de alimentatiebetaler de partneralimentatie kan aftrekken, in stappen daalt van maximaal 51,75% naar 37,10%. Hierdoor wordt het betalen van partneralimentatie duurder. Deze wijzigingen hebben veel dramatische “bijwerkingen” waar nauwelijks aandacht aan is gegeven. In dit artikel geef ik mijn analyse over de (neven)effecten van deze wijzigingen.

    Inkorten partneralimentatietermijn

    Vanaf 1 januari 2020 wordt de maximale alimentatieduur flink ingekort. De huidige partneralimentatieduur van 12 jaar werd door veel alimentatiebetalers als oneerlijk lang ervaren. Nu is het algemene beeld dat de huidige wettelijke partneralimentatieduur 12 jaar is. Maar in de praktijk is de betalingstermijn van partneralimentatie gemiddeld maar 6 jaar. Dat komt doordat er in veel gevallen na de scheiding sprake is van een wijziging in omstandigheden. Ook is het zo, dat de recente rechtspraak in wezen al vooruit is gelopen op de komende wetswijziging.

    Wijziging van omstandigheden 1:401 BW en 1:160 BW

    Als een partneralimentatie is afgesproken of door de rechter is vastgesteld, betekende dat niet automatisch dat voor die partneralimentatie een vaste duur geldt van 12 jaar. In de wet staat dat er een termijn geldt van maximaal 12 jaar. Overigens geldt tot en met 2019 voor kinderloze huwelijken korter dan 5 jaar een maximale partneralimentatieduur die gelijk is aan de duur van het huwelijk.

    Op het moment dat de alimentatiegerechtigde ex-partner gaat samenwonen op eenzelfde manier alsof hij of zij getrouwd zou zijn of er sprake is van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap, dan eindigt de alimentatieverplichting definitief (1:160BW). Op het moment dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden, waardoor de partneralimentatie niet meer in lijn is van de “wettelijke maatstaven” kan de alimentatie worden herzien (1:401 BW). U kunt daarbij denken aan verlies aan inkomen van de alimentatieplichtige, een nieuwe partner of kind, een wijziging in inkomen van de alimentatiegerechtigde, wijziging van de woonsituatie, wijzigingen in de bijdrage in de kosten van de kinderen, et cetera.

    Al deze mogelijke wijzigingen hebben ertoe geleid dat vrijwel geen enkele overeengekomen of opgelegde partneralimentatie de volle termijn van 12 jaar onveranderd heeft “uitgediend”.

    Recente rechtspraak over alimentatie

    Bij het bestuderen van rechtspraak (jurisprudentie) over alimentatie, valt op dat er de laatste jaren een verschuiving is geweest in de beoordeling van alimentatie. Men zou kunnen denken dat rechters vooruit zijn gelopen op de naderende wetswijziging in 2020. Als basis in de rechtspraak geldt nu al, dat iedereen wordt geacht om voor zichzelf te zorgen of te gaan zorgen. Ofwel, vrijwel iedere alimentatiegerechtigde zal zich actief moeten gaan inzetten om in de eigen kosten van levensonderhoud te voorzien of te kunnen gaan voorzien.

    Het komt dus niet veel meer voor, dat hoge en langdurige partneralimentaties als vanzelfsprekend worden toegekend. Daarbij is het belangrijk te weten dat er wordt gekeken naar alle de feiten en omstandigheden. Bij een alimentatiegerechtigde van 57 jaar oud die 40 jaar niet heeft gewerkt, zal de vaststelling van partneralimentatie anders zijn dan een alimentatiegerechtigde van 38 jaar oud met een universitaire opleiding en een kind van 9 jaar, die na de geboorte van het kind 50% is gaan werken. Dat zal iedereen begrijpen.

    Partneralimentatieduur vanaf 2020

    Om alimentatiegerechtigden te stimuleren in hun “economische zelfstandigheid” heeft de nieuwe wet zijn uiteindelijke vorm gekregen. Door de maximale looptijd van partneralimentatie te verkorten verwacht de wetgever dat alimentatiegerechtigden sneller weer financieel onafhankelijk van de ex-partner zullen zijn. De wetgever verwacht daarbij ook dat het aantal alimentatie (herzienings)procedures zal afnemen.

    Uit de nieuwe wet volgt een nieuwe partneralimentatieduur van maximaal de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Er gelden een aantal uitzonderingen, die in een handig stroomschema zijn opgenomen (klik hier voor het schema):

    1. Als het huwelijk langer dan 15 jaar heeft geduurd en de alimentatiegerechtigde binnen 10 jaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, dan eindigt de partneralimentatie op het moment dat de alimentatiegerechtigde de AOW leeftijd bereikt;
    2. Als het huwelijk langer dan 15 jaar heeft geduurd en de alimentatiegerechtigde is geboren vóór of op 1 januari 1970, dan eindigt de partneralimentatie na 10 jaar;
    3. Als er kinderen uit het huwelijk zijn geboren dan eindigt de alimentatieverplichting niet eerder dan op het moment dat het jongste kind 12 jaar wordt.

    Bij samenloop van de hoofdregel en één of meerdere uitzonderingen, geldt de langste termijn. Het gaat steeds om een maximale termijn. In onderling overleg of door een rechterlijke uitspraak kan een andere looptijd worden vastgesteld. In schrijnende gevallen kan door de rechter de termijn alsnog worden verlengd.

    Stuwmeer van scheidingen?

    Voor de vaststelling van de alimentatieduur is het van belang op welk moment het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank wordt ingediend. Als het verzoek nog in 2019 wordt ingediend geldt de wetgeving 2019 en als het verzoekschrift wordt ingediend na 1 januari 2020 dan geldt de nieuwe wetgeving. In de praktijk kom ik tegen dat toekomstige alimentatieplichtigen de scheidingsmelding nog even uitstellen tot na 1 januari 2020 om zo de toekomstige alimentatieduur te beperken.

    Aan de andere kant zie je veel advocatenkantoren die toekomstige alimentatiegerechtigden aansporen om nog even snel dit jaar het verzoek tot echtscheiding in te dienen bij de rechtbank. Kortom, ik verwacht dat veel partners die rondlopen met de gedachte om te gaan scheiden, waarbij zij inschatten dat er alimentatie betaald moet gaan worden, hun kruit nog even droog houden tot na 1 januari 2020. Het zou door deze wetgeving zomaar kunnen zijn, dat er een onzichtbaar stuwmeer van potentiële scheidingen is ontstaan. Ik ben benieuwd.

    Mediation en alimentatie

    In lopende mediation zaken moet naar mijn mening door de mediator melding worden gemaakt van de komende wetswijzigingen. Doet de mediator dat niet, dan kan hij of zij later worden aangesproken op het feit dat zijn of haar cliënten niet juist of onvolledig zijn geïnformeerd. Op het moment dat partners tijdig en juist zijn geïnformeerd over de aanstaande wetswijziging, dan voelt het voor de toekomstige alimentatiegerechtigde als een druk op de ketel, om nog in 2019 tot overeenstemming te komen.

    Deze, door de aanstaande wetswijziging veroorzaakte druk, is ronduit slecht voor mediation processen. Ikzelf heb mijn cliënten tijdig geïnformeerd over de komende wetswijziging en ik heb in voorkomende gevallen een specifieke deelovereenkomst opgesteld waarin (kort samengevat) staat dat als partijen er in de mediation niet uitkomen en na 1 januari 2020 de rechter verzoeken om een alimentatie vast te stellen, dat daarbij de wetgeving 2019 alsnog geldt.

    Dit heeft ertoe geleid dat de rust is gehandhaafd in het mediationproces waardoor de toekomstige alimentatiegerechtigde zich niet hals over kop hoeft te melden bij een advocaat om het verzoek tot echtscheiding in te laten dienen om zo de termijn van 12 jaar veilig te stellen. Een bijkomend voordeel is dat de verhouding tussen partijen daardoor beter wordt. Immers de toekomstig alimentatieplichtige stelt zich coulant op om nu al aan te geven bereid te zijn om tegen de huidige wetgeving de alimentatie overeen te komen. Dat zorgt voor veel goodwill bij de toekomstig alimentatiegerechtigde, waardoor als vanzelf de looptijd van de alimentatie bespreekbaar is geworden en dus niet door de toekomstig alimentatiegerechtigde wordt vastgepind op 12 jaar.

    Fiscale wijzigingen

    Een belangrijke fiscale wijziging is, dat voor alimentatieplichtigen met een hoog inkomen, met ingang van 1 januari 2020 het fiscale voordeel over partneralimentatie wordt verlaagd. Het gaat daarbij om inkomens waarbij het belastbaar inkomen in de hoogste tariefschrijf valt. Tot en met 2019 bedraagt het fiscale voordeel over de alimentatie 51,75%. Vanaf 2020 zal het fiscale voordeel in stappen afnemen naar 46% in 2020 tot 37,10% in 2023. In de tussenliggende jaren wordt het voordeel steeds met 3% verlaagd. Kortom, het betalen van partneralimentatie wordt duurder.

    Alimentatiewijzigingen: stuwmeer van procedures?

    Er zullen dus een flink aantal alimentatieplichtigen zijn die denken last te krijgen van de fiscale wijzigingen. Deze wijzigingen vallen onder 1:401 BW en kunnen dus leiden tot een herziening van de overeengekomen of opgelegde alimentatiebedragen. Immers, door het lagere fiscale voordeel over partneralimentatie daalt ook de draagkracht van de alimentatieplichtige, zo wordt gedacht. Aan de andere kant wordt de fiscale aftrekbeperking (voor een deel) gecompenseerd met een verlaging van het tarief inkomstenbelasting en worden de algemene heffingskorting en de arbeidskorting verhoogd.

    Deze maatregelen samen betekenen dus niet automatisch, dat iedere alimentatie hoeft te of kan worden aangepast. In herzieningsprocedures wordt gekeken naar de huidige situatie van partijen, dus alle inkomsten en uitgaven die op het moment van herziening gelden. Een heel gedoe dus, zeker als de partners niet in pais en vree uit elkaar zijn gegaan. In die situatie moet je dan een herzieningsprocedure starten waarvan de uitkomst erg onzeker is. Zeker als de inkomsten en uitgaven van de ex-partner onbekend zijn. Dan blijft het gissen hoe de financiële situatie van de ex-partner eruit ziet en kun je geen goede inschatting maken of het starten van een herzieningsprocedure zal leiden tot een lagere alimentatie.

    Voor alimentaties die in overleg (mediation) overeen zijn gekomen, kunnen de ex-partners met elkaar overleggen om eens te laten herrekenen of de overeengekomen alimentaties nog voldoen aan de wettelijke maatstaven. Voor de goede orde, bij een herziening van de partneralimentatie die voor 1 januari 2020 is overeengekomen of opgelegd, geldt niet dat daarvoor de nieuwe -kortere- alimentatietermijn gaat gelden.

    Bijwerking 1: Rondpompen van geld

    Het verlagen van het fiscale voordeel over betaalde partneralimentatie zou een financieel voordeel moeten opleveren voor de overheid. Als scheidingsbegeleider met een financiële en fiscaal-juridische achtergrond zie ik dat anders. Als eerste geldt dat de fiscale aftrekbeperking (voor een deel) gecompenseerd wordt met een verlaging van het tarief inkomstenbelasting en worden de algemene heffingskorting en de arbeidskorting verhoogd. Daarnaast zal het verlagen van het fiscale voordeel over betaalde partneralimentatie leiden tot de nodige herzieningsprocedures.

    Bij een herzieningsprocedure geldt in een groot deel van de gevallen dat de alimentatiegerechtigde een “pro deo” advocaat moet inschakelen om de procedure voor hem of haar te voeren. Deze gesubsidieerde rechtsbijstand wordt betaald door de overheid. Als je daarbij optelt dat de rechtspraak het werk nu al niet aankan, zal dat leiden tot een ernstige verstopping van de rechtsgang. Nu al duurt een herzieningsprocedure in veel gevallen al meer dan een jaar en die looptijd zal alleen maar toenemen!

    Als de uitkomst van een herzieningsprocedure is, dat de partneralimentatie wordt verlaagd, zal dat betekenen dat de inkomensafhankelijke toeslagen die de alimentatiegerechtigden ontvangen zullen toenemen. Die toeslagen, waaronder kindgebonden budget, huurtoeslag, zorgtoeslag et cetera, worden ook door de overheid betaald. In voorkomende gevallen komt daarbij dat, door het lager worden van de partneralimentatie, de alimentatiegerechtigde een beroep moet doen op aanvullende bijstand, die ook wordt voldaan door de overheid.

    Los van deze effecten leiden de herzieningsprocedures ook tot het nodige gedoe tussen ex-partners. Zeker als er kinderen zijn zal dat de spanningen doen toenemen, wat zijn weerslag zal hebben op het welzijn van de kinderen. Dat zal weer leiden tot extra zorgkosten die wederom op het bordje komen te liggen van de overheid. Maar veel belangrijker nog dan alle financiële gevolgen: het leidt tot gedoe en onzekerheid en dat is naar mijn inzichten het meest vervelend van deze niet goed overdachte fiscale maatregel.

    Bijwerking 2: Huisvestingsproblemen

    Het is algemeen bekend dat er een groot tekort is aan betaalbare huurwoningen. Veel partners die gaan scheiden hebben een koophuis met de nodige overwaarde. In de mediation praktijk zie je vaak dat de scheidende partners het gezamenlijke koophuis verkopen, de opbrengst verdelen en met die opbrengst ieder op zoek gaat naar een goedkoper koophuis. Dit omdat een huurhuis niet te krijgen is. Als daarvoor een hypotheek nodig is, wordt bij de beoordeling van een financieringsaanvraag gekeken naar het inkomen van de aanvrager.

    Naast het arbeidsinkomen wordt ook het inkomen uit partneralimentatie meegeteld voor het beoordelen van een hypotheekaanvraag. Dat kan alleen als de overeengekomen of opgelegde partneralimentatie een looptijd heeft van 10 jaar of langer. Omdat de wetgeving tot 2020 standaard uitgaat van een alimentatietermijn van 12 jaar, kon in veel gevallen door de alimentatiegerechtigde een eigen koophuis worden gefinancierd tegen hypotheeklasten die aanzienlijk lager waren dan de huur van een eventuele huurwoning.

    Vanaf 2020 geldt voor veel alimentatiegerechtigden een partneralimentatietermijn van minder dan 10 jaar. Dit betekent dus, dat alimentatiegerechtigden veel minder kansen hebben om een hypotheek te kunnen krijgen voor een eigen koophuis. In mediation zaken kan dit probleem worden besproken en kan er worden gezocht naar oplossingen. Zo kan worden overwogen om de partneralimentatie die de alimentatiegerechtigde zou gaan ontvangen over bijvoorbeeld 5  jaar, uit te smeren over 10 jaar om zo dat inkomen te kunnen laten meetellen voor de aanvraag van een hypotheek. Maar ik vraag me af of ik daar bij alimentatieplichtigen de handen voor op elkaar krijg. Immers het is juist de bedoeling dat ex-partners sneller los komen van elkaar en als je dat in overleg weer gaat terugdraaien dan wordt het beoogde doel ook niet gehaald. Dus ondanks dat in mediation zaken de partners elkaar vaak op weg willen helpen, zal dit een probleem geven.

    Kortom, het huisvestingsprobleem voor gescheiden mensen zal naar mijn inzichten alleen maar toenemen, omdat de alimentatiegerechtigden geen woning meer kunnen kopen. En die situatie zal ook weer uitstralen op de kinderen en de maatschappij. Het maatschappelijke huisvestingsprobleem zal ook leiden tot meer vechtscheidingen. Immers “een kat in het nauw maakt rare sprongen”. Want als je als alimentatiegerechtigde geen huurhuis kunt krijgen, waar moet je dan heen (met je kinderen)?

    Bijwerking 3: Huizenmarkt

    De woningprijzen zijn de afgelopen jaren geëxplodeerd. Zeker aan de “onderkant” van de markt zijn de prijzen erg hoog geworden. Waar enkele jaren geleden voor een eenvoudig appartementje nog € 80.000,– moest worden betaald, staat de teller voor zulke objecten nu al snel op het dubbele.

    Mijn inschatting is, dat een aanzienlijk deel van de kopers van dat soort goedkope objecten ook mensen zijn die zijn gescheiden. Per jaar scheiden circa 40.000 stellen zijn er circa 60.000 samenlevingen die worden verbroken. Grofweg zijn er dus jaarlijks circa 200.000 mensen (!) die iets moeten met “wonen”. Tel daarbij op dat er in Nederland thans meer dan 1 miljoen mensen zijn met de status “gescheiden” en dan heeft u een indruk van de enorme hoeveelheid gescheiden mensen die zich op de woningmarkt begeven. Mensen die alleen nog maar kunnen kopen omdat huurwoningen er simpelweg niet zijn. Vanwege de enorme vraag naar goedkope koophuizen en de lage rente, zijn de prijzen van degelijke koophuizen zo enorm toegenomen, dat de prijs die ervoor wordt betaald, niets meer te maken heeft met de economische waarde in combinatie met de economische levensduur.

    Als door het wegvallen van een grote groep potentiële kopers de vraag naar goedkopere koophuizen terugloopt, zal dit wellicht een drukkend effect krijgen op het prijsniveau. Ook zal de doorstroming daardoor stagneren.

    Conclusie

    Dat de wetgever heeft gekeken naar de maatschappelijke ontwikkelingen en daar de alimentatiewetgeving op heeft aangepast is te begrijpen. Aan de andere kant is te stellen, dat de huidige rechtspraak in wezen al in de pas liep van de maatschappelijke ontwikkelingen en de denkwijzen als het gaat om het economisch zelfstandig worden van de alimentatiegerechtigden. Het is dan ook de vraag of de wetswijzigingen omtrent de beperking van de alimentatieduur wel nodig waren. Nu lijkt het mij weinig zinvol om de wetwijziging opnieuw ter discussie te stellen. Het is nu eenmaal zoals het is. Het is naar mijn mening wel bijzonder jammer dat de problemen rondom huisvesting zoals ik hiervoor omschreef niet of nauwelijks zijn afgewogen.

    De fiscale wijzigingen omtrent partneralimentatie zijn primair ingevoerd als een besparingsmaatregel ten gunste van de overheid. Maar op basis van wat ik hiervoor uiteen heb gezet is dat nog maar zeer de vraag. Ikzelf ben van mening dat deze hele exercitie alleen maar zal leiden tot meer kosten en meer gedoe.

    Gedoe, onzekerheid, geruzie, procedures en het rondpompen van geld. Zou de overheid daar überhaupt aan hebben gedacht bij het invoeren van de wijzigingen?

    Arnoud Oostveen

  • Belangrijke uitspraak Koopwoning & Hypotheek bij scheiden!

    Belangrijke uitspraak Koopwoning & Hypotheek bij scheiden!

    Op 29 juni 2018 heeft de geschillencommissie van het financieel klachteninstituut Kifid een zeer belangrijke uitspraak gedaan. Die uitspraak is van belang voor scheidende partners, waarvan één van de partners in de woning wil blijven wonen en de bank niet wenst mee te werken aan het ontslag hoofdelijk schuldenaarschap van de andere partner.

    Waar ging het om?

    Een consument en zijn ex-vrouw hebben in 2006 samen een hypotheek afgesloten bij Obvion Hypotheken. Na de echtscheiding in 2012 blijft de man met de twee kinderen in de woning wonen. Wanneer de ex-vrouw te maken krijgt met schuldsanering constateert haar bewindvoerder dat zij nog steeds aansprakelijk is voor de hypotheek van de woning. De bewindvoerder verlangt van de consument dat de ex-vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt ontslagen of dat de woning wordt verkocht. De consument dient hierop bij de bank een verzoek in om zijn ex-vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan.

    Ontslag Hoofdelijk Schuldenaar

    Ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid is een wijziging van de hypotheekovereenkomst waarvoor de instemming van alle contractspartijen nodig is. De bank mag weigeren om de ex-vrouw te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Tenzij dit in redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

    De Geschillencommissie constateert dat in deze zaak sprake is van zwaarwegende belangen van de consument. Wanneer er geen ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt verleend aan de vrouw, dan moet de woning worden verkocht. Juist de vertrouwde omgeving is voor de kinderen, met psychische problemen, van groot belang voor stabiliteit.

    Geen standaardbeoordeling!

    Vaak weegt de bank bij een verzoek tot ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid af, of de hypotheek met één debiteur of met twee debiteuren kan worden voortgezet. Deze situatie van klager wijkt daarvan af. Omdat op de ex-vrouw de schuldsaneringsregeling van toepassing is, kan de bank de hypotheekschuld niet op de ex-vrouw verhalen. In deze situatie staat de bank niet voor de ‘standaard’afweging, maar is de vraag of de bank de hypotheek met de consument voort wil zetten of dat de bank wil dat de woning wordt verkocht. De Geschillencommissie betrekt in haar oordeel dat de consument momenteel in staat is de hypotheeklasten te voldoen. En dat voor zover er sprake is geweest van betalingsachterstanden, die telkens weer zijn ingelopen.

    Dit alles leidt voor de klachtencommissie tot de slotsom dat in deze specifieke situatie het belang van de consument zeer zwaarwegend is, terwijl de belangen van de bank niet ernstig worden geschaad. In deze situatie is de weigering van de bank om ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te verlenen onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

    Wat kunt u met deze uitspraak?

    In de praktijk zie je nogal eens, dat banken volgens een standaard toets het ontslag hoofdelijk schuldenaarschap afwijst, omdat de achterblijvende partner met zijn of haar inkomen niet precies past binnen de standaard acceptatienormen, die zijn gebaseerd op de Nibud Financieringslasttabellen. Die tabellen gaan uit van gehele annuïtaire aflossing van de hypotheek en enkele correcties die verband houden met ondermeer de leeftijd en het inkomen van de achterblijvende partner (de debiteur).  Als het ontslag hoofdelijk schuldenaarschap niet wordt verleend, dan geldt in veel gevallen dat de woning dan alsnog moet worden verkocht en dat de partners dan moeten gaan huren.

    Door de huidige lage rentestand zijn de hypotheeklasten meestal aanzienlijk lager dan de huur van een woning. Vooral als partners iets meer verdienen, zijn zij dan aangewezen op een huurwoning in de vrije sector. In de randstad bedragen de huren voor een eenvoudige eensgezinwoning dan al snel circa € 1.000,– netto per maand. Dit, terwijl de hypotheeklasten voor een huis van € 250.000,– circa € 600,– netto per maand bedragen.

    In navolging van deze uitspraak van het Kifid, gaat het er dus om, dat de bank niet mag weigeren tot medewerking ontslag hoofdelijk schuldenaar, als die weigering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het gaat dus om de achtergronden van de zaak en de belangen van de achterblijvende partner en de bank. Alles is samenhang bezien.

    In de praktijk

    Naar mijn mening passen veel zaken bij deze uitleg van het Kifid. Vorig jaar heb ik voor een cliënte het ontslag hoofdelijk schuldenaarschap voorgelegd aan de ING Bank. Ook die bank weigerde om mee te werken. De reden was dat zij niet binnen de acceptatienormen van de ING Bank viel. De achtergronden waren in het kort: de man was opgenomen in een psychiatrische kliniek en was geheel arbeidsongeschikt (sinds enkele jaren). De vrouw had voor 50% een goede baan en voor 50% een blijvende WIA uitkering. De woning had een waarde van € 475.000,– en de hypotheekschuld was € 200.000,–. Door de verdeling van de overige activa van de gemeenschap, kon de vrouw de woning van € 475.000,– met de hypotheekschuld van € 200.000,– toegedeeld krijgen. De vrouw zou in de woning willen blijven wonen met de 2 minderjarigen, voor wie zij door ziekte van de ex-echtgenoot de volledige zorg had. De vrouw betaalde met haar inkomen al jaren de woonlasten van de koopwoning (€ 320,– netto per maand). In totaal was het inkomen ruimschoots toereikend om volgens de standaard acceptatienormen van de ING Bank in aanmerking te komen voor ontslag hoofdlijk schuldenaarschap van de ex-partner. De bank werkte toch niet mee, omdat volgens hun standaard acceptatienormen de WIA uitkering van de vrouw onzeker was en derhalve niet meetelde voor het bepalen van haar leencapaciteit. Dit ondanks het feit dat de uitkering aantoonbaar blijvend was!

    Met deze uitspraak van het Kifid in de hand, had de vrouw zich kunnen wenden tot het Kifid.

    De afweging die de bank dient te maken is of zij de hypothecaire lening met één debiteur of met twee debiteuren wenst voort te zetten. De situatie van mijn cliënte wijkt hiervan af. In haar geval zit de ex-echtgenote in een psychiatrische kliniek en zijn er twee opties: 1) ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid, of 2) verkoop van de woning. Bij beide opties verliest de bank de mogelijkheid om de hypothecaire schuld op de ex-echtgenoot te verhalen. Die is immers volledig arbeidsongeschikt en heeft geheel geen inkomen. Bij het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid is dit van evident belang. Bij deze optie verliest de bank de verhaalsmogelijkheid op de ex-echtgenote van cliënte, maar daar valt niets te verhalen. Bij eventuele (gedwongen) verkoop van de woning is er geen enkel risico op een restschuld die de bank zou kunnen treffen in haar belangen. De afweging die de bank in het onderhavige geval dus moet maken is niet of zij de hypothecaire lening met één of met twee debiteuren wenst voort te zetten, maar of zij de hypothecaire lening met mijn cliënte wenst voort te zetten en of dat voor haar betaalbaar is. Gezien de netto last van € 320,– bij een netto inkomen van € 2.500,– per maand is dit ook geen ingewikkelde vraag.

    Oproep aan alle banken

    Met deze uitspraak van het Kifid is duidelijk dat banken bij een verzoek ontslag hoofdelijk schuldenaarschap zich niet meer kunnen verschuilen achter de eigen acceptatienormen. Banken zullen bij het verzoek een afweging moeten maken tussen de belangen van de cliënt enerzijds en de belangen van de bank anderzijds. Dat zal nog een zware dobber worden. De banken zijn niet voldoende ingericht op dit soort verzoeken. Ze hebben daar de mensen niet voor of hebben niet voldoende mensen. Ook hebben verreweg de meeste acceptanten bij banken onvoldoende kennis over hypotheken en scheidingen. Toch zullen banken in het kader van hun zorgplicht iets moeten doen, om het verzoek ontslag hoofdelijk schuldenaarschap zorgvuldig te behandelen. Anders kunnen zij op basis van deze uitspraak van het Kifid de nodige klachten tegemoet gaan zien.

    Aan de andere kant is het van belang, dat je je als aanvrager er bewust van bent, dat het verzoek ontslag hoofdelijk schuldenaarschap goed en gedegen moet worden onderbouwd. Dit betekent dus dat je je goed moet voorbereiden, om zo de meeste kans op acceptatie te krijgen.

    Het is mijn dagelijks werk om mensen bij te staan in dergelijke kwesties. Voelt u zich vrij om mij even te bellen of te mailen met uw vragen omtrent uw eigen situatie. Wellicht kan ik u goed op weg helpen.

    Arnoud Oostveen

    Relevante links:

    Scheiden & koophuis

     

  • Scheiden: niet omdat anderen dat vinden

    Scheiden: niet omdat anderen dat vinden

    Op donderdag 15 maart is mijn laatste artikel op Sophia Magazine verschenen.

    Klik hier om het artikel te lezen.

  • Accountant niet objectief als bemiddelaar

    Accountant niet objectief als bemiddelaar

    Het komt maar al te vaak voor dat de huisaccountant bij een (echt)scheiding of belangenconflict partij kiest voor de (belangrijkste) opdrachtgever. In dit geval deed de huisaccountant dat in een nieuwe rol als bemiddelaar. Dat hij die opdracht niet schriftelijk had vastgelegd, is slordig. Dat hij niet duidelijk genoeg was over zijn rol is in ieder geval verwijtbaar. Zie daarvoor deze uitspraak.

    Naar mijn inzichten is het voor de “huisaccountant” van partijen niet verstandig om te gaan bemiddelen bij het uit elkaar gaan van partijen. De accountant van partijen kan zeker wel behulpzaam zijn in het scheidingstraject en heeft daarin een belangrijke toegevoegde waarde. Hij of zij is immers degene die de onderneming van haver tot gort kent. Maar als het gaat om een vaststelling van een waarde of de verdeling van de onderneming is het van belang om dit over te laten aan een externe, onafhankelijke partij. Dat voorkomt dit soort gedoe.

    Arnoud Oostveen

  • Ouderschapsplan: de praktijk

    Ouderschapsplan: de praktijk

    Op 9 maart publiceerde ik mijn laatste artikel op Mies Magazine.

    Klik hier om het artikel te lezen.

  • BNR Nieuwsradio “Ask Me Anything”

    BNR Nieuwsradio “Ask Me Anything”

    Vandaag was ik te gast in het BNR Nieuwsradio programma “Ask Me Anything” van Jorgen Raymann.

    Klik hier om de uitzending te beluisteren.