Ik krijg regelmatig van cliënten de vraag of iets wat zij willen afspreken fiscaal gezien als een schenking wordt gezien. Die vragen gaan veelal over de woning, spaargeld, schulden, alimentatie en pensioen.

Afspraken worden vaak in goed overleg gemaakt. In de onderlinge relatie kunnen die afspraken heel redelijk zijn en toch kan juist daar een fiscaal risico ontstaan. Want soms ziet de Belastingdienst een afspraak niet alleen als een redelijke oplossing, maar als een schenking.

In dit artikel leg ik je uit wanneer iets als een schenking kan worden gezien, vooral in de echtscheidingspraktijk. Daarbij baseer ik mij op de volgende rechtspraak van de Hoge Raad:

Een schenking is niet alleen het geven van geld. Ook als iemand bewust afstand doet van een recht, of een ander bevoordeelt zonder daarvoor een redelijke tegenprestatie te ontvangen, kan fiscaal sprake zijn van een schenking.

In de kern kijkt de Belastingdienst naar drie aspecten:

  1. Wordt de ander verrijkt?
    Krijgt de ander een financieel voordeel?
  2. Verarmt degene die dat voordeel geeft?
    Levert die zelf iets in of doet hij afstand van iets dat waarde heeft?
  3. Is die bevoordeling ook echt gewild?
    Met andere woorden: was het de bedoeling om de ander te bevoordelen?

Vooral die laatste vraag is juridisch belangrijk.

Niet ieder voordeel is meteen een schenking

Dat iemand achteraf voordelig uit is, is nog niet genoeg. Ook niet als de ene partij meer krijgt dan de andere. Volgens de Hoge Raad is voor een schenking méér nodig dan alleen een financieel voordeel.

In het arrest van 12 juli 2002 ging het om een overdracht van aandelen binnen de familiesfeer tegen een prijs die volgens de Belastingdienst te laag was. De fiscus vond dat daardoor een schenking was ontstaan. De Hoge Raad heeft toen duidelijk gemaakt dat dit niet zomaar mag worden aangenomen. De enkele omstandigheid dat iemand een voordeel krijgt, betekent nog niet automatisch dat sprake is van een schenking. Er moet ook blijken dat degene die dat voordeel gaf, zich daarvan bewust was en de ander ook daadwerkelijk wilde bevoordelen.

De bedoeling van partijen is dus belangrijk

De Hoge Raad heeft in de genoemde arresten duidelijk gemaakt dat het bij schenkbelasting niet alleen gaat om de cijfers, maar ook om de bedoeling achter de afspraak.

Dat betekent in de praktijk dat gekeken wordt naar vragen als:

  1. Wisten partijen dat de ene partij iets prijsgaf zonder echte tegenprestatie?
  2. Was dat een bewuste keuze?
  3. Was het doel om de andere partij te bevoordelen?
  4. Of was sprake van onderhandelingen waarbij over en weer concessies zijn gedaan?

Dat laatste is bij echtscheidingen vaak heel belangrijk. Want bij echtscheidingen worden afspraken meestal niet per onderwerp gemaakt maar als een totaalregeling. De ene partij krijgt misschien wat minder overwaarde uit de woning, maar daar staat tegenover dat de andere partij afziet van alimentatie, meer schulden op zich neemt of andere bezittingen laat zitten. Dan moet je het geheel bekijken en niet alleen één los onderdeel.

In de echtscheidingspraktijk gaat het vaak om een totaalpakket

Juist bij een echtscheiding is het gevaarlijk om één afspraak los te trekken uit het geheel. Een verdeling of regeling moet in samenhang worden gelezen.

Stel:

  1. één partner neemt genoegen met minder spaargeld;
  2. de ander neemt juist meer schulden op zich;
  3. partijen spreken af dat er geen partneralimentatie wordt afgesproken;
  4. of één van hen blijft in de woning wonen en neemt de lasten over.

Dan is niet meteen gezegd dat de benadeelde partner een schenking doet. De vraag is steeds of er per saldo werkelijk sprake is van een bevoordeling zonder redelijke tegenprestatie. Daarom is goede vastlegging zo belangrijk. Hoe beter blijkt waarom partijen bepaalde keuzes hebben gemaakt, hoe kleiner het risico dat de Belastingdienst achteraf zegt: dit was geen onderhandeling, maar een schenking.

Wanneer kan de Belastingdienst wél een schenking aantonen?

In de echtscheidingspraktijk ontstaat fiscaal risico vooral als één partij duidelijk afstand doet van vermogen of rechten, zonder dat daar iets tegenover staat.

Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin:

  1. iemand afziet van een vordering waar hij wel recht op had;
  2. iemand genoegen neemt met een veel te lage uitkoopvergoeding;
  3. iemand een groot vermogensbestanddeel volledig aan de ander laat zonder compensatie;
  4. of partijen bewust afwijken van een evenwichtige regeling, terwijl uit niets blijkt waarom.

Dan kan de Belastingdienst zich afvragen of hier niet feitelijk vermogen is overgedragen.

Maar ook dan geldt: dat moet wel uit de feiten blijken. De fiscus mag niet te snel aannemen dat van een schenking sprake is. Dat volgt juist uit de rechtspraak van de Hoge Raad.

Afzien van pensioenverevening kan ook een schenking zijn

Een onderwerp dat in de echtscheidingspraktijk extra aandacht verdient, is pensioenverevening.

Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding heeft de ene ex-partner vaak recht op verevening van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van de ander. Van dat recht kan worden afgezien. Dat gebeurt in de praktijk ook regelmatig, bijvoorbeeld om de regeling eenvoudiger te maken of omdat partijen andere afspraken tegenover die afstand stellen.

Maar juist daar zit een belangrijk aandachtspunt.

Als één partner zonder compensatie afziet van pensioenverevening, kan de Belastingdienst dat onder omstandigheden aanmerken als een schenking. Dat is fiscaal goed verklaarbaar: degene die afziet van het recht, geeft immers iets met waarde prijs, terwijl de ander daardoor wordt bevoordeeld. Dat betekent niet dat afzien van pensioenverevening nooit kan. Het betekent wel dat goed moet worden vastgelegd waarom daarvan wordt afgezien en welke compensatie daar eventueel tegenover staat. Ik schreef daar een ander artikel over.

Wat leren de arresten van de Hoge Raad ons?

De twee genoemde arresten leiden samen een bruikbare methode.

  1. De fiscus mag niet alleen naar het resultaat kijken

Dat iemand economisch voordeel krijgt, is op zichzelf niet genoeg.

  1. De bedoeling is juridisch van groot belang

Er moet sprake zijn van een bewuste bevoordeling. Dat moet uit de feiten kunnen worden afgeleid.

  1. De omstandigheden van het geval zijn beslissend

Je moet kijken naar het totaal van de afspraken en niet alleen naar één los onderdeel.

  1. Goede documentatie is essentieel

Wie duidelijk vastlegt waarom afspraken zijn gemaakt en welke tegenprestaties daar tegenover staan, staat veel sterker als daar later discussie over ontstaat. De bedoeling van partijen moet helder blijken uit het convenant, de berekening en de verdere stukken. Hoe beter dat is vastgelegd, hoe kleiner de kans dat de Belastingdienst achteraf een schenking aanneemt als een schenking vanzelfsprekend ook niet de bedoeling is.

Conclusie

Iets is niet zomaar een schenking omdat de ene partij meer krijgt dan de andere. Ook in een echtscheiding is daarvoor meer nodig. Er moet sprake zijn van een bewuste bevoordeling, zonder voldoende tegenprestatie, waarbij de ene partij verarmt en de andere verrijkt.

De rechtspraak van de Hoge Raad laat zien dat de Belastingdienst niet te snel mag aannemen dat daarvan sprake is. Maar die rechtspraak laat óók zien dat het risico reëel is als iemand bewust iets met waarde prijsgeeft zonder compensatie.

Zo voorkom je dat een afspraak die bedoeld was als oplossing, later wordt gezien als een schenking.

ing. Arnoud P.H. Oostveen CFP

Het geheim van verandering is om al je energie niet te richten op het bevechten van het oude, maar op het opbouwen van het nieuwe. - Socrates