Een letselschadevergoeding voelt vaak als iets heel persoonlijks. En dat is begrijpelijk. Het gaat immers om schade door letsel, pijn, beperkingen of verlies aan verdienvermogen. Toch betekent dat niet automatisch dat een letselschadevergoeding bij een echtscheiding volledig buiten de verdeling blijft.

Juist daar gaat het in de praktijk regelmatig mis.

Een recente conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad laat zien dat niet alleen moet worden gekeken naar de vraag waarvoor de vergoeding bedoeld was, maar ook naar de vraag wat er tijdens het huwelijk met dat geld is gebeurd. Dat kan bij een scheiding financieel een groot verschil maken.

Een letselschadevergoeding blijft niet altijd volledig privé

Bij een echtscheiding kan een letselschadevergoeding deels een bijzonder karakter hebben. Dat geldt met name voor het deel dat bedoeld is voor schade die iemand ook na de scheiding nog zal lijden. Dat deel kan zo nauw met één echtgenoot zijn verbonden, dat het buiten de gemeenschap blijft.

Maar daarmee is de discussie meestal nog niet voorbij.

Want ook als een vergoeding in beginsel persoonlijk is, moet vaak nog worden beoordeeld of dat bedrag bij de scheiding nog herkenbaar aanwezig is.

Waarom traceerbaarheid zo belangrijk is

In veel gevallen wordt een letselschadevergoeding niet apart gehouden. Het bedrag komt op een gewone bankrekening binnen en wordt daarna gebruikt voor allerlei uitgaven binnen het gezin. Denk aan:

  1. aflossing van schulden;
  2. betaling van woonlasten;
  3. verbouwingen;
  4. kosten van het huishouden;
  5. andere gezamenlijke bestedingen.

Daar zit precies het probleem. Hoe meer het bedrag vermengd raakt met ander geld, hoe moeilijker het later wordt om aan te tonen welk deel nog als persoonlijk vermogen moet worden gezien.

Met andere woorden:
niet alleen de aard van het geld is van belang, maar ook de administratie ervan.

Niet meer herkenbaar? Dan is het niet automatisch einde verhaal

Veel mensen denken dat de zaak verloren is zodra het letselschadegeld niet meer apart op een rekening staat. Dat is te kort door de bocht.

De conclusie van de Procureur-Generaal is juist daarom relevant. De gedachte daarin is dat, ook als het geld zelf niet meer letterlijk traceerbaar aanwezig is, nog steeds moet worden gekeken of de gemeenschap van goederen of het gezamenlijke vermogen voordeel heeft gehad van dat geld.

Is een persoonlijk bedoelde letselschadevergoeding bijvoorbeeld gebruikt voor gezamenlijke lasten of gezamenlijke schulden, dan kan mogelijk een vergoedingsrecht ontstaan.

Wat is een vergoedingsrecht?

Een vergoedingsrecht betekent in gewone taal dat de ene echtgenoot onder omstandigheden nog een bedrag tegoed kan hebben van de gemeenschap of van de andere echtgenoot, omdat privévermogen is gebruikt ten bate van het gezamenlijke vermogen.

Dat is een belangrijk punt. Zeker in situaties waarin een letselschadevergoeding in de loop van het huwelijk is opgegaan aan gezinsuitgaven, hoeft dat dus niet altijd te betekenen dat ieder recht is verdwenen.

Wat betekent dit voor cliënten in de praktijk?

Voor cliënten is vooral van belang dat een letselschadevergoeding bij een scheiding niet te snel als “gewoon gemeenschappelijk geld” moet worden behandeld. Er moet zorgvuldig worden gekeken naar:

  1. waarvoor de vergoeding is toegekend;
  2. welk deel ziet op toekomstige persoonlijke schade;
  3. of het geld nog herkenbaar aanwezig is;
  4. of het geld is besteed aan gezamenlijke uitgaven;
  5. of daardoor een vergoedingsrecht is ontstaan.

Dat vraagt vrijwel altijd om maatwerk.

Praktisch advies: leg alles goed vast

Heb je tijdens het huwelijk een letselschadevergoeding ontvangen? Dan is het verstandig om zoveel mogelijk te documenteren. Denk aan:

  1. de specificatie van de vergoeding;
  2. de rekening waarop het bedrag is ontvangen;
  3. bankafschriften;
  4. bestedingen uit dat bedrag;
  5. eventuele overboekingen naar andere rekeningen;
  6. de vraag welk deel op de toekomst ziet.

Hoe beter dit is vastgelegd, hoe sterker later kan worden onderbouwd dat een bedrag buiten de verdeling moet blijven of dat compensatie op zijn plaats is.

Belangrijk voor de echtscheidingspraktijk

Deze conclusie is relevant voor iedereen die betrokken is bij een echtscheiding waarbij letselschade een rol speelt. Tegelijk is het goed om zorgvuldig te blijven: het gaat hier om een conclusie van de Procureur-Generaal en niet om het definitieve arrest van de Hoge Raad. Ik kan daarom niet bevestigen dat dit punt al definitief vaststaand recht is.

Wel is duidelijk dat deze conclusie een serieuze richting aanwijst:
bij letselschadevergoeding en echtscheiding moet niet alleen worden gekeken naar de vraag of het geld persoonlijk was, maar ook naar de vraag of de gemeenschap ervan heeft geprofiteerd.

Conclusie

Een letselschadevergoeding blijft bij echtscheiding niet automatisch volledig privé, maar valt ook niet automatisch volledig in de verdeling. De uitkomst hangt sterk af van de bedoeling van de vergoeding, de traceerbaarheid van het geld en de vraag of een vergoedingsrecht is ontstaan.

Daarom is het verstandig om bij een echtscheiding met letselschadevergoeding tijdig advies in te winnen. Een zorgvuldige beoordeling kan financieel veel verschil maken. Ik kan je daarbij helpen.

ing. Arnoud P.H. Oostveen CFP

Het geheim van verandering is om al je energie niet te richten op het bevechten van het oude, maar op het opbouwen van het nieuwe. - Socrates