Bij een scheiding zeggen partners geregeld tegen elkaar: “we houden ieder ons eigen pensioen, dan zijn we er snel uit”. Dat klinkt als een goede afspraak. Maar fiscaal kan dat een groot risico opleveren.

Het standpunt van de Kennisgroep Belastingdienst van 5 maart 2026 laat zien dat het afzien van pensioenverevening niet zomaar een fiscaal neutrale afspraak is. In bepaalde gevallen kan de Belastingdienst dit zien als een schenking van de ene ex-partner aan de andere. En dat kan leiden tot schenkbelasting.

Voor advocaten, mediators en scheidingsbegeleiders is dit een belangrijk aandachtspunt. Pensioenafspraken moeten vanaf nu nog zorgvuldiger worden besproken, doorgerekend en vastgelegd.

Waarom is dit zo belangrijk?

Veel cliënten denken dat pensioen iets persoonlijks is: “het staat op mijn naam, dus het blijft van mij.” Dat is een logische gedachte van scheidende stellen. Bij echtscheidingen (en ontbinding geregistreerde partnerschappen) geldt in veel gevallen de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS). Die wet brengt mee dat het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in beginsel moet worden verevend. Kort gezegd: de andere partner heeft recht op een deel van het ouderdomspensioen dat een partner tijdens het huwelijk heeft opgebouwd. Als partijen dan afspreken dat zij over en weer afzien van pensioenverevening, is dus de vraag: geeft de ene partij dan iets prijs ten gunste van de ander?

Volgens de Belastingdienst kan het antwoord daarop in bepaalde gevallen ja zijn!

Het nieuwe fiscale signaal van de Belastingdienst

De Kennisgroep Belastingdienst heeft op 5 maart 2026 haar standpunt gepubliceerd. De kern daarvan is dat de Belastingdienst niet alleen kijkt naar de tekst van de afspraak, maar vooral naar de feitelijke bevoordeling. Als de ene partij een aanspraak prijsgeeft en de andere partij daardoor wordt verrijkt, dan kan dat fiscaal worden aangemerkt als een schenking. Dat betekent dus dat een afspraak als: “Wij houden ieder ons eigen pensioen” fiscaal gezien kan leiden tot heffingen.

Fiscaal zal moeten worden beoordeeld:

  1. welke pensioenrechten normaal gesproken verevend hadden moeten worden;
  2. wat de waarde van dat prijsgegeven recht is;
  3. of daar een voldoende tegenprestatie of compensatie tegenover staat;
  4. en of partijen zich bewust waren van die bevoordeling.

Juist op dat laatste punt gaat het in de praktijk vaak mis. De afspraak wordt dan vooral ingegeven door snelheid, eenvoud of een gevoel van redelijkheid, zonder dat de fiscale gevolgen goed zijn onderzocht.

Wanneer kan sprake zijn van een schenking?

Van een schenking is fiscaal gezien sprake als iemand een ander bevoordeelt uit vrijgevigheid, terwijl die ander daardoor wordt verrijkt. Voor de heffing van schenkbelasting is van belang of sprake is van een vermogensverschuiving waarbij de ene partij wordt bevoordeeld ten koste van de andere, zonder voldoende tegenprestatie, en of die bevoordeling door partijen is gewild of bewust aanvaard.

Bij pensioenverevening kan dat beeld ontstaan als:

  1. één van de ex-partners recht heeft op verevening van ouderdomspensioen;
  2. die partner daar vrijwillig van afziet;
  3. de andere partner daardoor een economisch voordeel behoudt;
  4. en daar geen evenwichtige compensatie tegenover staat.

Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin de ene partner een aanzienlijk ouderdomspensioen heeft opgebouwd en de andere partner nauwelijks pensioen heeft. Als de partner met het kleinste pensioen dan zonder verdere compensatie afziet van verevening, kan de uitkomst fiscaal worden gezien als een schenking.

Wat voor partijen voelt als een redelijke of praktische oplossing, hoeft fiscaal dus niet neutraal te zijn. De Belastingdienst kijkt namelijk niet alleen naar de bedoeling van partijen, maar ook naar de juridische en economische gevolgen van hun afspraak. De kern van het kennisgroepstandpunt is dat het prijsgeven van een aanspraak op pensioenverevening fiscaal niet automatisch neutraal is. Wanneer daardoor een economisch voordeel bij de andere ex-partner achterblijft zonder evenwichtige compensatie, kan sprake zijn van een belastbare schenking.

Een mediator of advocaat die zonder nadere analyse meegaat in het idee van een cliënt – “we houden ieder ons eigen pensioen” – loopt dus het risico dat een fiscale heffing over het hoofd wordt gezien.

Waarom is zorgvuldige begeleiding nu essentieel?

Dit standpunt van de kennisgroep maakt duidelijk dat pensioenverevening geen standaardonderwerp meer is dat “even” kan worden afgevinkt in een convenant.

Er moet voortaan serieus worden stilgestaan bij vragen als:

  1. Is de WVPS van toepassing?
  2. Welk deel van het pensioen is tijdens het huwelijk opgebouwd?
  3. Wat is de waarde van de te verevenen aanspraak?
  4. Wordt het prijsgeven daarvan gecompenseerd via andere vermogensbestanddelen?
  5. Is die compensatie aantoonbaar en evenwichtig vastgelegd?
  6. Begrijpen partijen daadwerkelijk wat zij prijsgeven?

Pas als die vragen zorgvuldig zijn onderzocht, kan verantwoord worden beoordeeld of afzien van verevening verstandig en fiscaal verdedigbaar is.

Het risico kan groot zijn!

Als de Belastingdienst meent dat sprake is van een schenking, kan schenkbelasting verschuldigd zijn. En als dat niet tijdig wordt onderkend of correct wordt behandeld, kan dat later tot zware fiscale gevolgen leiden.

In bepaalde gevallen kunnen de tarieven voor schenk- of erfbelasting oplopen tot 30% of 40%. Dat betekent dat een onzorgvuldig behandelde pensioenafspraak uiteindelijk tot een zeer forse heffing kan leiden.

Daarmee is dit onderwerp allesbehalve theoretisch. Een convenant waarin partijen “gewoon ieder hun eigen pensioen houden” zonder deugdelijk advies en zonder sluitende (fiscale) vastlegging, kan achteraf veel problemen opleveren.

Wat moet je als advocaat of mediator nu doen?

Het antwoord is simpel: pensioenverevening moet een veel grotere rol krijgen in het scheidingstraject. Als partijen willen afzien van de standaard verevening, moeten de mogelijke (fiscale) consequenties uitvoerig worden besproken met partijen. Doe je dat niet, dan loop je het reële risico om aansprakelijk gesteld te worden voor de financiële consequenties van het besluit van partijen.

Hoe moet je nu te werk gaan:

  1. inventariseer welke pensioenen er zijn;
  2. stel vast welke pensioenen voor verevening in aanmerking komen;
  3. leg cliënten duidelijk uit wat hun wettelijke rechten zijn;
  4. maak de economische gevolgen van de keuze inzichtelijk voor de cliënten;
  5. beoordeel of een afwijkende afspraak tot bevoordeling leidt;
  6. en/of schakel een deskundig pensioenadviseur in die de actuariële waarden van pensioenaanspraken kan uitrekenen.

Alleen dan kun je op een verantwoorde manier vastleggen dat partijen afwijken van de wettelijke verevening.

Wie een scheiding begeleidt, doet er verstandig aan pensioenverevening niet langer te behandelen als een bijzaak. Het is een financieel én fiscaal zwaar onderwerp. Voor cliënten geldt hetzelfde: een afspraak die eenvoudig klinkt, kan later grote fiscale schade geven

Tot slot

Wie een scheiding begeleidt, doet er verstandig aan pensioenverevening niet langer te behandelen als een bijzaak. Het is een financieel én fiscaal zwaar onderwerp. Voor cliënten geldt hetzelfde: een afspraak die eenvoudig klinkt, kan later grote fiscale schade geven. Dat betekent dat advocaten, mediators en scheidingsbegeleiders hier zeer zorgvuldig mee moeten omgaan.

Wie wil afwijken van pensioenverevening, doet er verstandig aan eerst de juridische, actuariële en fiscale gevolgen in kaart te laten brengen. Daarbij kan ik jou c.q. jouw cliënten bij helpen.

Ing. Arnoud P.H. Oostveen CFP

Het geheim van verandering is om al je energie niet te richten op het bevechten van het oude, maar op het opbouwen van het nieuwe. - Socrates